Het klinkt zo romantisch, zo nostalgisch. En ook ik had er zin in. Vanaf El Reno, een voorstadje van Oklahoma City, tot bijna Albuquerque, zou ik zo’n 850 kilometer van de Route 66 meepakken.

Maar zoals zo vaak vallen dingen in het echt toch een beetje tegen. Had ik het eerste stuk nog echt een oud stuk van de Motherroad te pakken, daarna werd het al snel een weg naast de Interstate 40. De weg die de Route 66 op dit gedeelte heeft vervangen. Deze weg noemen ze een serviceroad, maar om commerciële doeleinden wordt ‘ie vaak The Old Route 66 genoemd. In elk stadje dat je vervolgens tegenkomt, barst het dan ook van de Route 66 Inn’s, Route 66 Café’s en Route 66 musea. Met natuurlijk de gebruikelijke prullaria die overal te koop is.

Maar Amerikanen hangen hier erg aan. Het doet hen waarschijnlijk denken aan de ‘goede’jaren 50, toen het land booming was. De oorlog was gewonnen, de economie draaide als een dolle, Rock & Roll werd uitgevonden en ze hadden in de communisten een gezamenlijke vijand. Hoe mooi allemaal. Dat is nu over. De wereld is complex geworden en Amerikanen kunnen moeilijk omgaan met complexe zaken. Zwart en wit. meer opties zijn er niet. Nuance vinden ze lastig. Dus vandaar misschien die hang naar vroeger.

Hoe dan ook, waar ik al op hoopte, gebeurde. Ik kwam fietsers achterop. Eindelijk. Ik ontmoette een tweetal Polen die de hele Route 66 deden en hiermee geld inzamelden voor een goed doel. En ik reed een drietal achterop. Of eigenlijk was het een tweetal, want de derde reed de Pick up truck. Zo fietsten ze elke keer twee dagen en reden daarna een dag met de truck. Dit trio bestond uit Cathy en John uit Houston en Art uit Winnepeg, Canada. Ook zij deden Chicago – Santa Monica. De Route 66 dus.

Ik haalde ze in, waarna we gezamenlijk bij een stop hebben gegeten. De truck was volgestouwd met van alles dus ik kon zo aanschuiven. Toen ik aan het eind van de middag bij de Campground kwam had Art –  het was zijn beurt om de truck te besturen – al een plek voor ons allen gereserveerd. Het werd een erg gezellige avond, ook omdat de Polen ook nog aan kwamen zetten. Deze Polen blonken uit in lekke banden. Voortdurend stonden ze stil om banden te plakken. Ik heb ze op een gegeven moment nog een aantal plakkers gegeven, want ze waren er volkomen doorheen.

Bij Albuquerque ben ik noordwaarts getrokken om richting Utah te gaan. Mijn eerste overnachting na deze stad was in Bernalillo. Hier vond ik een Campground. Een achenebbisj gebeuren met smerige wc’s en douches. Maar soms heb je geen keus. Wat ze wel hadden waren shelters. Overkappingen waar je een tent in of naast kon zetten. Die van mij paste er gemakkelijk in en dat was maar goed ook. De tent stond nog geen minuut toen er noodweer uitbrak. Dit duurde slechts een half uurtje, maar mijn tent werd zelfs in de shelter volledig door elkaar gehusseld. Ik ben er maar in gaan zitten om er wat gewicht in te krijgen, zodat ‘ie niet weg waaide. Na deze korte storm bleef alleen de regen over.

Net geposteerd op mijn stoeltje zag ik iemand mijn kant oplopen. Vreemd, want ik zat helemaal achter op de camping vlak tegen de rivier de Rio Grande aan. Het was een stevige jonge vent van begin dertig, een sikje, de gebruikelijke baseballpet op z’n knar en een spijkerbroek die op half zeven hing. Hij begon direct een verhaal dat hij z’n baan kwijt was, zijn laatste geld in het casino had verspeeld en dat zijn auto kapot was. Hij vroeg of ‘ie even mocht schuilen. Gelijk trok hij z’n overhemd omhoog om te laten zien dat hij geen wapen droeg – een unicum in deze contreien.

In het begin was het nog wel leuk. Hij vroeg naar mijn reis en vond het fantastisch. Vol lof was hij. Even begon hij zelfs over de Tour de France, iets waar ik nog geen enkele Amerikaan over gehoord had. Maar al gauw ging het weer over zijn problemen. Dat ‘ie dakloos was en 100 dollar nodig had om zijn auto naar een vriend in Arizona te laten slepen. En hoe moest het toch met zijn opa van 90 thuis in Phoenix.

Ondertussen werd het donker, regende het nog steeds en voelde ik me steeds minder op mijn gemak met de situatie. Ik zat er niet op te wachten dat Chad, zo stelde hij zich voor, bij mij in de shelter ging overnachten. Ik wist niet zo goed wat voor vlees ik in de kuip had.

Na een uur stelde ik hem dus maar voor om weer de regen in te gaan. Uiteraard volgde de vraag of ik wat geld voor hem had. Ik legde hem uit dat ik ook met een budget op reis ben en niet eindeloos geld kan uitgeven. Ik gaf hem toch 3 dollar, waarna hij even snel verdween als hij was gekomen. Lekker pitten werd het niet daarna. De hele nacht heb ik met een mes binnen handbereik de slaap proberen te vatten.

Mijn trip tot nu toe: klik voor de kaart